

De wortels van autobedrijf Kooyman reiken terug tot 1750. De voorouders van de huidige directeur Carlos Kooyman hadden toen al een smidse, waar op het aambeeld werd gebeukt en paarden werden beslagen. In het bedrijf werden later ook wagens en rijtuigen gemaakt. Rond 1850 streek de smederij neer aan de Demmerik 26 en daar is ook nu nog het huidige autobedrijf gevestigd.
Later nam zoon Cor Kooyman de scepter over. Hij werd in 1933 officieel BOVAG-gecertificeerd en zijn autobedrijf hield zich, net als menig dorpse garage, bezig met tal van andere activiteiten om de toenmalige crisisjaren het hoofd te bieden. Er werden bijvoorbeeld ook boten gebouwd en buitenboordmotoren en haarden verkocht.
In 1964 verwierf Cor Kooyman het dealerschap van Fiat, een belangrijke stap in de ontwikkeling van het bedrijf. Maar ook een kroon op het werk van de gedreven en gepassioneerde technicus, die altijd klaarstond voor zijn klanten en die vooral zorgde dat zij mobiel bleven. Dag en nacht ging hij door, als het moest.
Hans Kooyman zette het bedrijf in 1970 voort. Net als zijn vader kreeg hij te maken met een crisis, om precies te zijn de oliecrisis van 1973. Samen met zijn vrouw Leny sloeg hij zich er als een geboren crisismanager doorheen, met het merk Fiat dat juist uitblonk door zijn zuinige en aantrekkelijk geprijsde auto’s.
